Ik ben erg tevreden over het managen van foto’s met Aperture (beeldbewerking heb ik nog niet heel uitgebreid gedaan). Ondanks dat ik een PowerMac G5 heb (dual 1,8Ghz, 3GB werkgeheugen) draait het allemaal toch behoorlijk goed. Je merkt wel een vertraging als je meerdere foto’s selecteert om te bekijken of bewerken.
Vooral mooi vind ik de mogelijkheid om foto’s onder te brengen in projecten. Een project is eigenlijk een niveau hoger dan een fotoalbum. Je kunt onder een project meerdere fotoalbums plaatsen, maar ook boeken (net zoals in iPhoto kun je een fysiek fotoboek laten maken), lighttables (plaats verschillende foto’s in een composie/collage), slideshows, etc. Handig voor het archiveren van bepaalde projecten of het kopi?´ren van een heel project naar de laptop. Je hebt alles over een bepaald onderwerp direct bij de hand. Mijn A1GP foto’s zitten bijvoorbeeld onder “20061001_A1GPZandvoort”. en in die map heb ik ook een Smart Album geplaatst voor foto’s die op Flickr zijn gezet.
Zodra ik een compactflash lezer of mijn imagetank aansluit op de Mac wordt automatisch Aperture geladen en kan ik foto’s inladen. Hier kan ik er voor kiezen een algemene naam te geven aan elk bestand (“A1GP2006″) en hoe het vervolgnummer er uit komt te zien. Ook kun je alvast ‘metadata’ koppelen zoals keywords, coyright informatie, etc. Aan elke foto kunnen keywords en sterren (1-5) worden toegekend die vervolgens weer kunnen worden gebruikt om te filteren of een ‘smart album’ te maken. Hierdoor kun je op verschillende plaatsen je foto’s laten terugkomen. In mijn algemene bibliotheek heb ik drie smart albums die Almere, Amsterdam en Flickr foto’s heten. Een keer raden waar die op filteren ;)
In Aperture zie je RAW (of jpg) foto’s die je kunt bewerken. Voordat je een bewerking maakt kopieert Aperture het ‘master’ bestand naar een nieuwe ‘version’, zodat je altijd de originelen kunt bewaren. De master en version worden aan elkaar gekoppeld en gebundeld in een ‘stack’ die je kunt inklappen. Als je de bewerkte version als ‘pick’ definieert dan wordt hij als de bovenste foto van een stack weergegeven. Ook als je een foto bewerkt in een externe editor (Aperture maakt dan een PSD of Tiff van de RAW foto) krijg je een nieuwe versie. Met een icoon van een cirkel met een stip erin wordt aangegeven dat dit een foto is die extern is bewerkt.
Je kunt foto’s backuppen door een ‘vault’ aan te maken. Ik heb de vault “Aperture2006″ toegevoegd aan mijn externe harde schijf en Aperture als je op het ‘ververs’ icoontje drukt schrijft Aperture automatisch de veranderingen weg naar de backup locatie. Maar je kunt ook hele projecten migreren naar een andere locatie. De RAW files worden dan gebackupped naar een externe locatie en Aperture houdt alleen de preview beelden vast. Hierdoor kun je toch je hele collectie bekijken zonder dat je alle RAW files op je harde schijf nodig hebt. Heb je vervolgens een foto nodig dan kun je die van je backup laden.
Je kunt de functionaliteit in actie zien op de Aperture Tutorial pagina.

Best een fraai pakket dat Aperture, alleen jammer dat de systeemeisen zo zwaar zijn. Ben zelf erg gecharmeerd van Adobe’s Lightroom, al is deze nog in BETA. Draait nog uitstekend op een 800MHZ G4.
En ik begreep dat dit nog is voordat de optimalisatie van versie 1.0 heeft plaatsgevonden. Ik heb zelf een lekkerder gevoel bij Aperture, past beter bij mijn werkstijl, maar ik blijf zeker Lightroom volgen en de beta’s downloaden.
Pingback: Aperture 1.5.3 weer een stap dichter bij perfectie | Information Engineer in het Wild