De geschiedenis van de Highlands in Schotland wordt sterk bepaald door een reeks gebeurtenissen in de 18e eeuw. Prince Charles Edward Stuart (1720-1788), de verbannen troonopvolger va Engeland, Schotland en Ierland, bekend onder de naam Bonnie Prince Charlie, arriveert vanuit Frankrijk in Schotland om de troon voor zijn vader te claimen. Hij stelt een leger samen dat samenkomt in Glenfinnan en hijst daar zijn vlag, een oorlogsverklaring aan de Engelsen.
Een monument bij Glenfinnan, de locatie van deze daad, herinnert aan deze gebeurtenis:
Met zijn leger verovert hij al snel Edinburgh, hij verslaat het enige regeringsleger in Schotland in Prestonpans en in november voert hij een leger van 6000 man naar het Zuiden. Nadat Carlisle was ingenomen arriveert het leger in Derby. Op dat moment stond de huidige koning op het punt om te vluchten, maar bizar genoeg wordt besloten (tot grote ergernis van de prins) om terug te gaan naar Schotland vanwege het gebrek aan ondersteuning van de Engelse Jakobieten die door Prince Charles was beloofd.
Charles besluit het regeringsleger op te wachten dicht bij Inverness en tegen het advies in van Lord George Murray te gaan vechten op een open, vlakke, moerassige vlakte bij Culloden waar zijn troepen overgeleverd waren aan de superieure Britse vuurkracht. Het gevecht was binnen 1,5 uur over, de Schotten waren slecht georganiseerd en konden nauwelijks door de Britse vuurlinies heenbreken. Het Britse leger van Lord Cumberland roeide de Schotten uit, anders kun je het niet zeggen. Soldaten werden op het slagveld gedood of gevangen genomen en daarna ge?´xecuteerd, huizen werden geplunderd, iedereen die ze tegenkwamen op weg terug naar Inverness werd gedood, ongeacht of iemand aan de slag zelf had meegedaan. Nooit heeft zich meer zo’n slachting voorgedaan door de Britten. Lord Cumberland ontving hierbij dan ook de titel “The Butcher” van de Highlanders.
De Highlanders worden per clan begraven, simpele stenen herinneren hieraan:
Net voordat de slag was afgelopen werd Prince Charles ervan overtuigd te vluchten. Zijn vlucht van 6 maanden werd onderdeel van legenden, vrijwel elke stad was ik langs kwam had wel ergens een huis, grot of andere verwijzing naar de omzwervingen van de prins. Er staat een bedrag van 30.000 pond op zijn hoofd (in de huidige tijd een bedrag van ongeveer 1,8 miljoen pond of 2,7 miljoen euro), maar ondanks dat wordt hij niet verraden door de talloze helpers op zijn vlucht.
Uiteindelijk komt hij op de Isle of Skye terecht waar hij Flora MacDonald ontmoet. Zij helpt hem vluchten in een klein bootje, vermomd als Ierse dienstmeid “Betty Burke”. Hij weet hierdoor te ontsnappen met het Franse fregat L’Heureux. Hij sterft uiteindelijk in 1788 in Itali?´, alleen bijgestaan door een onechtelijke dochter.
Flora MacDonald wordt in 1747 door de Britten gevangen genomen, nadat ze vrij komt vertrekt ze naar Amerika met haar man en speelt daar nog een rol in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Ze komt weer terug naar Schotland en overlijdt in 1790. Ze wordt op haar geliefde Skye, in Kilmuir Cemetery, begraven. 3000 Mensen wonen haar begrafenis bij, haar standbeeld staat voor het kasteel van Inverness (nu een rechtbank).
Deze hele geschiedenis heeft grote gevolgen voor de Highlanders. De clans worden afgeschaft en de eigendommen worden ingenomen, de doedelzak mag niet meer worden gespeeld en de klederdracht (kilt en tartan) wordt verboden. De Britten bouwden verschillende forten om meer controle te krijgen over de regio en de “Wade roads” werden aangelegd om vervoer makkelijker te maken.
















3 Responses to Fotoblog #269: Bonnie Prince Charlie, The Pretender